De drie Brabantse waterschappen gaan met de Wageningen Universiteit en STOWA onderzoeken hoe effectief blauwalg kan worden bestreden. In vijvers in Dongen en Eindhoven worden compartimenten gemaakt met verschillende maatregelen om te kijken wat de beste manier is om de gevaarlijke blauwalgen te kunnen voorkomen. Daarnaast wordt een proef gedaan in een vijver in Heesch en in zwemplas de Kuil in Prinsenbeek. Het onderzoek duurt twee jaar en de resultaten van de vijvers zullen onderling vergeleken worden. De onderzoeksresultaten dragen bij aan de vergroting van kennis over effectieve bestrijding van blauwalgen in heel Nederland. De samenwerkende overheden ontvangen ruim 2 miljoen euro aan subsidie voor het project.
Blauwalgen
Blauwalgen zijn bacteriën, die hun naam danken aan een blauwgroen pigment (fycocyaan). Blauwalgen gedijen vooral goed in water dat overmatig verrijkt is met meststoffen. Deze meststoffen zijn door allerlei acties in het verleden (zoals riooloverstortingen en gebruik van fosfaathoudende wasmiddelen) in het water gekomen, waardoor de onderwaterbodems verzadigd zijn met meststoffen. Invallend blad, gebruik van lokvoer door vissers, broodresten en afspoeling van hondenpoep zorgen nog steeds voor extra meststoffen in het water. Vooral bij warm weer kunnen blauwalgen in stilstaand water, of water dat nauwelijks doorstroomt, massaal aan het wateroppervlak gaan drijven. Als de laag dikker wordt en de algen minder ruimte hebben, sterven ze af. De blauwalgen vormen dan een stinkende brij. Omdat blauwalgen kleine chemische fabriekjes zijn, die vele giftige stoffen kunnen maken, vormen drijflagen van blauwalgen een gevaar voor de gezondheid van mens en dier. Zo kun je er maag- en darmklachten, duizeligheid, ademhalingsproblemen en leverschade van krijgen.
Proeven
De vijvers van de waterschappen zullen vanaf volgende maand worden verdeeld in zes compartimenten van ongeveer vijftien bij vijftien meter, waar verschillende proefopstellingen in komen. Het eerste compartiment is blanco (controle), in het tweede worden waterplanten uitgezet en de visstand beheerd (snoek, blankvoorn). Het derde compartiment is hetzelfde, maar hier wordt een activiteit toegevoegd: er zal worden gebaggerd. Ook in het vierde compartiment is hier sprake van. "Maar we voegen ook nog een vlokmiddel toe aan het water", vertelt ecoloog Guido Waajen. "Zwevende delen (algen) zullen hierdoor samenklonteren en naar de bodem zakken, zodat het water helderder wordt. Ook fosfaten vangen we hiermee weg." In de nummers vijf en zes gaan de waterschappen het fosfaat, dat met name in de bodem zit, binden met Phoslock. “Dit is een soort klei en 'gaat een stevige binding aan met de fosfaten uit de bodem”, aldus Waajen.
Zwemplas
Omdat zwemplas de Kuil veel dieper en groter is, kunnen er geen compartimenten worden geplaatst. Daarom is ervoor gekozen om Phoslock in de diepe delen van de plas toe te dienen . "Door de Wageningen Universiteit is vorig jaar een vergelijkbare proef gestart in zwemplas De Rauwbraken bij Tilburg, waar het water nu nog steeds kraakhelder is. Het enige was dat het water tijdelijk troebel werd van het Phoslock. Daarom kiezen we er nu voor om het alleen op grotere waterdiepte toe te passen; op die manier zakt het sneller naar de bodem, heb je minder last van troebel water en kun je het ook nog eens meer gecontroleerd doseren", aldus de ecoloog. Omdat er nu al vrij veel blauwalgen in het water zitten, die al veel meststoffen uit het water hebben opgenomen, moeten ze eerst met een vlokmiddel naar de onderwaterbodem worden afgezonken. Daarna zal het Phoslock de bij afbraak vrijkomende fosfaten onlosmakend vastleggen. Ook de in de onderwaterbodem opgeslagen fosfaten worden vastgelegd. Waajen: "Deze door Wageningen Universiteit ontwikkelde methode noemen we Flock & lock."
Muziek
"Ik heb echt het idee dat dit een techniek is waar muziek in zit", reageert de ecoloog. "We weten nog niet wat de maatregelen zullen doen in ondieper water (de vijvers), maar dat zullen we over twee seizoenen weten. Daarna gaan we de onderzoeksresultaten vergelijken met andere methoden. Baggeren kan bijvoorbeeld ook effectief zijn tegen blauwalgen, maar is duur. Als hier positieve resultaten uit komen, kunnen we in de toekomst ook andere technieken gaan gebruiken. Onze gereedschapskist met maatregelen tegen de blauwalgen is namelijk best leeg. Daar willen we verandering in laten komen."
Subsidie
Voor dit project hebben de samenwerkende overheden 1,9 miljoen subsidie ontvangen van het Innovatieprogramma Kaderrichtlijn Water (KRW)van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Deze subsidie is bedoeld voor het stimuleren van innovatieve projecten met als doel de ecologische en chemische waterkwaliteit te verbeteren. Ook de provincie Noord-Brabant draagt bij in de kosten van het project.